Muis!

Muis!

6 juni 2024 3 Door Bonnie

Op de omslag van mijn oranje notitieboekje prijkt mijn naam in prominente hoofdletters . Het is een van mijn vele boekjes, ik heb ze in alle soorten en maten. Deze heeft een handzaam formaat, makkelijk om in mijn tas te steken voor zomaar wat notities onderweg. Ja ik weet wel, ik zou die notities ook op mijn telefoon kunnen zetten, maar dat duurt me te lang. Ik ben sneller met pen en papier. Op mijn telefoon leiden mijn woorden een eigen leven wanneer ik ze intik. Ik weet niet waar dat mis gaat. Toetsen te klein, vingers te dik, nagels te lang… zeg het maar, d’r zitten altijd rare fouten in mijn app- en andere teksten. Irritant, zeker als ik zie hoe rap anderen dat met hun beide duimen tegelijk voor elkaar krijgen. Daarbij vraag ik me af: Hoe doen ze dat toch? en: Zou hun tekst wél normaal te lezen zijn? Vast niet, vast barstensvol ‘vertypsels’ natuurlijk!

In mijn oranje boekje staan dingen die ik wil onthouden, onderwerpen om te bloggen -voor als me een keer niets te binnen schiet, boodschappenlijstjes, een bouwtekening van mijn Sint-surprise van vorig jaar, dansbeschrijvingen, een verdwaald gedichtje, agendapunten en tal van andere uiteenlopende aantekeningen. Nu ligt het op het aanrecht, omdat ik er ooit een slowcooker-recept in heb geschreven. 

Zo’n eenpansmaaltijd leek me makkelijk voor vandaag. Dan kan ik ‘s morgens alle ingrediënten in mootjes hakken en het vlees alvast aanbraden. Vervolgens kieper ik dat allemaal in de slowcooker. Zodra onze energiemeter aangeeft dat we genoeg stroom hebben van onze zonnepanelen, zet ik de knop om en gaart het gerecht langzaam zonder dat ik er naar om hoef te kijken. Nu kan ik lekker schrijven zonder te hoeven stoppen om te koken.

Bij het doorbladeren dwarrelden allerlei losse dingetjes uit het boekje. Een inmiddels gedroogd blaadje van een ginkgo boom -opgeraapt tijdens het wandelen, een beschrijving van hoe je een ‘zandloper gedicht’ moet schrijven en een theelabeltje. Ik drink al een tijdje geen thee meer waar dat soort labeltjes aanhangen, ik werd beiden een beetje beu. Deze zal ik dan wel bewaard hebben met een reden, denk ik. Wat staat er op? Aha!

Eens even denken… Mijn beste vriendin…. 
Ja natuurlijk komt er nu onmiddellijk één persoon, één naam bovendrijven, geen twijfel.
Toch was dat ooit anders en dat heeft alles te maken met de verhuizingen in mijn jeugd. 

Negen jaar woonde ik in Gorinchem. Ik ging daar na de kleuterschool een paar jaar naar de toen zogeheten lagere school. Niet alleen had ik daar vriendinnetjes, maar ook in de straat waar ik woonde. Als ik alle versjes uit mijn poëzie-album uit die tijd mag geloven, was ik zo ongeveer beste vriendin met iedereen. Alleen wisselde het nogal, de ene week was dat Alie en een week later Martine. Op school waren dat Annette of Annemarie. Als ik eerlijk moet toegeven, was de band met laatstgenoemde vooral bijzonder omdat haar ouders een grote boekenwinkel hadden. Mijn favoriete winkel!

Toen we verhuisden naar de Achterhoek, heb ik nog een tijdje met mijn beste vriendinnen in Gorinchem geschreven. Dat verwaterde. De afstand was te groot om elkaar op te zoeken. Zeker in die tijd, zoveel auto’s waren er nog niet.

In Eibergen maakte ik de laatste jaren van de basisschool af, daar had ik twee beste vriendinnen Ansje en Inge. Tot we ieder naar een andere school gingen. Daar was het weer wennen en nieuwe vrienden maken. Ik herinner me de jongen nog, die voor mij in de klas zat. Op een dag gooide hij een opgevouwen briefje over zijn schouder op mijn tafeltje. Toen ik het open vouwde, las ik: “Wil jij met mij gaan?
Zonder daar lang over na te hoeven denken, schreef ik er naar waarheid onder “Nee, dat kan niet, want ik ga bijna weer verhuizen”.
Jammer! vond hij, maar fietste vanaf dat moment toch steeds trouw een eindje mee naar huis tot onze wegen scheidden.   

Eenmaal terug in het Westen van het land, viel ik halverwege in het schooljaar. Door alle hectiek kwam ik langzaam op gang en had moeite met ‘alles bij elkaar’. Opnieuw wennen aan een totaal andere omgeving, andere lesmethodes op school, nieuwe vrienden zien te maken, aanpassen. En toen dat allemaal een beetje lukte, werd besloten dat het voor mij beter was om een jaartje over te doen.

Zo kwam ik wéér in een nieuwe klas. En daar zat zij. Zij brak meteen het ijs en vroeg waar ik woonde. “Oh, ik woon een straat achter jou” zei ze, “Zullen we samen naar huis fietsen? En zal ik jou vanmiddag dan weer op komen halen?” Nou, dat vond ik wel heel fijn. 

Zoals beloofd was zij daar die middag. Ook de dagen, weken, maanden en vele jaren daarna. En ze is er nog steeds. Dit jaar in september drieënvijftig jaar. Zij is daarmee mijn langste, beste vriendin ooit. Wat hebben we samen veel beleefd! Opgegroeid van giechelende bakvissen tot (dit jaar!)gepensioneerde wijze/grijze dames.. whoehaha…

Tsja en dan zo’n theevraag: wat maakt onze band nou bijzonder?
Waarschijnlijk heel cliché, maar dan denk ik aan: Goede tijden, slechte tijden, winkelen, lachen, huilen, nog meer winkelen, bijkletsen, er onvoorwaardelijk zijn, elkaar vertrouwen, elkaar een spiegel voorhouden, elkaar in onze eigenwaarde laten, nog meer bijkletsen en ouwe koeien uit de sloot vissen… eigenlijk nooit uitgepraat raken, elkaar kennen en weten wat we aan elkaar hebben in ziekte en gezondheid.  Kortom: samen door dik en dun, letterlijk en figuurlijk 😉
Is dat een antwoord op de vraag? Muis: help! Weet jij het?

Intussen nip ik aan mijn glas label-loze thee, of nou ja.. heet water met gember en een schijfje citroen. Ik peins. Misschien is het simpeler dan ik denk.