Schrijfdames

1 juni 2017 0 Door Bonnie
We hebben geen officiële naam, maar onze groeps-app heet zo:  Schrijfdames. Dat is wat we doen en wat ontstaan is uit een  -voor mij- grappige start. Inmiddels is het al weer een paar jaar geleden toen ik door Ria werd gebeld met de vraag of ik schrijven ook zo leuk vond. Ja best wel. “Nu, er wordt een workshop Sprookjes Schrijven gegeven, lijkt jou dat ook leuk? Zullen we ons opgeven?” Daar had ik wel oren naar en meteen doemden roze prinsessen, groene draken en witte prinsen op knappe paarden voor me op. Gezellig!
Wat schetste onze verbazing en lichte teleurstelling toen we vernamen dat het een workshop voor kinderen was. Aahhh… was dat nou even jammer. Aan de andere kant… er schuilt altijd wel ergens een kind in ieder mens. En zo kwam het dat we toch aanschoven en onze fantasie de vrije loop konden laten gaan. Zo leuk en zo geslaagd! Weer eens wat anders. Of we dit vaker wilden doen, vroeg “juf Angela”, maar dan misschien in een andere vorm sowieso met een groepje volwassenen.
Aldus startten we met wat dames, de een ging en de ander kwam. Uiteindelijk bleef er een vaste kern over en komen we nu nog altijd eens in de zes weken –dat is wel het streven- bij elkaar. Dan lezen  we elkaar onze schrijfsels voor en reageren daar op. Het is afwisselend, van alles passeert de revue. Het is veel meer dan een ‘ordinair schrijfclubje’ geworden. We delen een stukje van onszelf via proza en poezie, soms met een traan maar veel vaker met een lach. Ik ervaar het als een bijzondere bijeenkomst, met net zulke bijzondere dames. Ik kijk er steeds met plezier naar uit.
Vanmiddag is het weer zover. En ja… natuurlijk moet ik nog iets in elkaar flansen. Zo gaat dat bij mij nou altijd. Weken de tijd, ideeën zat, maar schrijven: ho maar. Altijd op het laatste nippertje. Zo was het vroeger op school al. Huiswerk werd in het weekend pas op zondagavond snel gemaakt. “Dan zit het nog vers in mijn hoofd!” wist ik mijn zuchtende moeder te overtuigen.
Opstellen waren mijn favoriet. Op de lagere school werden mijn verhaaltjes voorgelezen door de juf of meester en later op de middelbare werd mij gevraagd of ik dat zelf wilde doen. Jammer dat ik er niet een van heb bewaard. Volgens mij ging het nergens over, maar toch trok het op de een of andere manier wel de aandacht. Zij gaat vast de journalistiek in, heeft mijn leraar Nederlands wel eens hoopvol aan mijn ouders geopperd tijdens een tienminuten-gesprek.
Maar nee, ik belandde na Schoevers als stewardess bij Botel Cruises die over de Rijn voer met internationale gasten aan boord. Om daarna nog een bonte verzameling aan banen aan mijn CV toe te voegen. (Ik wilde overigens naar de toneelschool. Of ik wel helemaal bij mijn volle verstand was, bulderde mijn vader. Mijn moeder zei wijselijk niets en meldde mij gewoon aan bij Schoevers, want “Dan heb je altijd een baan” –en achteraf bleek dat ook zo te zijn….)
Mijn ‘passie’ voor schrijven is gebleven. Nu eens een stukje dagboek, dan weer iets wat ik op het werk meemaakte, of zomaar een verzinsel. Later werden dat mijn scripties en officiële rapportages. Ik haal inspiratie uit de gekste dingen, maar soms komt er niets en als dan toch….dan meestal midden in de nacht. Een tijdje lag er pen en papier op mijn nachtkastje, onder andere om ook mijn dromen te kunnen noteren in steekwoorden. Om Don dan niet wakker te maken, deed ik dat in het donker. De andere ochtend kwam het meermaals voor dat mijn tekst dan met slechts enkele woorden op het papier terecht was gekomen, de rest prijkte op het nachtkastje. Ik ben er maar mee gestopt.
En nu? Nu blog ik ‘ineens’, alhoewel ik waarschijnlijk niet de officiële regels van het bloggen handhaaf -als die er al zijn. Dat zou dan een vaste frequentie moeten zijn, geloof ik. Nou, die heb ik dus niet. Eigenlijk weet ik niet eens hoe het precies werkt en zou ik me er eens echt in moeten verdiepen. Het voornaamste is dat ik al lang blij ben dat ik iets -dat begin 2016 is ontstaan- de ether in geslingerd krijg. Aanvankelijk bedoeld om een update te geven aan bekenden die wilden weten hoe het met mijn gezondheid ging. Zo’n blog leek me wel handig in plaats van het afzonderlijk beantwoorden van de vele e-mails.
Van het een kwam het ander. Steeds als ik dacht dat het wel genoeg was zo, kwam dan de vraag van meerdere kanten “Wanneer schrijf je weer eens iets?” Ik bleek een paar ‘fans’ te hebben die er gewoon naar uitkeken. Het werd gelezen met een lach en een traan. Sommigen herkenden wat ik schreef en anderen beleefden er gewoon plezier aan, ook al waren mijn teksten soms best beladen.
“Je moet gaan schrijven!” werd mij meermaals gezegd, waarbij ik me dan afvroeg: wat doe ik nu dan?  😉
Ik overweeg al een tijdje om ‘iets’ met mijn schrijfsels te willen. Wat dat ‘iets’ is, weet ik eigenlijk niet zo goed. Bundelen misschien? Een aparte categorie “Verhalen van de werkvloer”? Mijn blogs herschrijven en er één geheel van maken? Uitgeven in eigen beheer? De ene keer denk ik het te weten en de andere keer twijfel ik. Wie zit er nou op een Nep-en-Niet-Daphne-Deckers te wachten ? Als zij schrijft dat haar man Richard iets doet is de wereld geboeid. Als ik schrijf dat man Don de buitenkant van ons hele huis in zijn eentje heeft geverfd, dan interesseert niemand dat een hol.  Alhoewel ik er best iets smeuïgs van zou kunnen maken hoor: balkon lichtgrijs geverfd – kat van de buren trippelt langs – buren nieuw bankstel: zwart met lichtgrijze stippen, zoiets dergelijks.
Ach, het heeft allemaal geen haast. Komt tijd, komt raad. Al met al heb ik nu in ieder geval mijn stukje tekst voor vanmiddag weer bij elkaar geschraapt en blijf ik in eerste plaats maar gewoon Schrijfdame 😉