Tête à tête

Tête à tête

20 augustus 2020 2 Door Bonnie

Soms kruisen verhalen pardoes letterlijk mijn pad, zoals dat wat ik vanmorgen had willen schrijven. Echter: ik had haast en het verhaal verdient het beslist niet om even snel afgeraffeld te worden.
Omdat ik ergens op tijd moest zijn besloot ik mijn tijd er vóór toch maar aan mezelf te besteden. Als ik me daarin -als gevolg van- ook had moeten haasten, dan was mijn oogpotlood waarschijnlijk door even vlug-vlug uitgeschoten, mijn mascara had mijn wimpers als spinnenpootjes aan elkaar geplakt en had mijn gezicht er misschien als een mislukte clinic clown uitgezien. Nee, dan liever de aandacht even voor mezelf, zoals iedere morgen. Mijn zen-momentje.

Inmiddels ben ik weer thuis en kan nu uitgebreid de tijd nemen voor mijn blog van vandaag.

Op de T-splitsing in het winkelcentrum zie ik hem in mijn rechter ooghoek voor de bocht bij de keurslager aan komen schuifelen achter zijn rollator. Zou hij me herkennen?
Ik stuur mijn Rollz zijn richting op. Dan ontmoeten onze blikken elkaar. Ja hoor, aan zijn brede glimlach en de twinkel in zijn ogen, zie ik dat hij weet wie ik ben. Meissie! roept hij enthousiast uit en dirigeert met zijn wijsvinger recht voor zich uit: Kom, kom dan lopen we samen daar even heen.

In het rijtje van de natuur-drogist, de kapper en de zuivelproducten is een grote etalage waar vlak ervoor een reep schaduw valt, zo breed als een fietspad.
Laten we daar even parkeren! oppert hij. Strak plan. Zo vlak langs dat raam loopt toch geen mens. Zo! stelt hij voor terwijl hij zijn rollator installeert en op de rem zet, als jij dat nou ook doet…. Ik volg gedwee, schat een anderhalve meter afstand bij hem vandaan in en plof neer op het zitje van mijn Rollz. Zet dat ding nou toch op de rem meissie, straks rolt ie nog weg. Maar ik zit best zo, verzeker ik hem en hij schudt glimlachend zijn hoofd.

Daar zitten we dan. Te midden van het winkelend publiek, zomaar even in de koele schaduw waar we niemand in de weg zitten, samen op onze rollators. Even vraag ik me af of hij mij wel kan verstaan op deze gepaste afstand in combinatie met het geroezemoes om ons heen. Het geluid in een winkelcentrum heeft wat weg van het galmen in de hal van een overdekt zwembad. Voor mij maakt het niet uit, ik kan gewoon mijn eigen geluid inregelen.

Een fijne bijkomstigheid van mijn hoorapparaat. Aan de zijkant ervan zit een klein volume knopje waar ik aan kan draaien. Bovendien heb ik nog twee opties: het geluid in een ‘normale’omgeving weergeven, of in een rumoerige zoals waar we nu dus zitten. Ik kies voor de laatste optie en hiermee worden de achtergrond geluiden vervaagd, letterlijk nog meer naar de achtergrond verbannen. Het geluid van dichtbij word dan ook nog eens extra versterkt. Dus ja, ík kan ons in ieder geval prima verstaan en als we een tijdje babbelen merk ik dat hij mij ook wel aardig kan volgen.

Ik zal je vertellen, onze zoon was afgelopen weekend zoveel jaar getrouwd en die is toen naar de plek gegaan waar ze getrouwd zijn in Scheveningen. Weet je nog? Ja, ik weet het nog, het was een stralende zomerdag, Don en ik waren van de partij -sterker nog Don was de fotograaf. De voltrekking van het huwelijk was midden op het strand op een afgebakend stuk strand te midden van verbaasde zonnebadende strandgasten. De dresscode was White and Flip-flops. Vanuit de lucht gezien moet het een grote witte postzegel zijn geweest tussen alle felgekleurde strandstoelen en badlakens. Maar dit terzijde….

Afijn, ze zijn bij die tent waar ze getrouwd zijn, zo verrast door vrienden en bekenden! Ze hebben daar een lekker ontbijtje gedaan. Echt gezellig joh! En het was precies ook weer zo’n mooie dag als toen. Zo leuk voor ze! En ze waarderen het ook zo! Ja, dat kon ik wel aan ze horen toen ze erover vertelden toen ze thuis kwamen. Het heeft ze heel goed gedaan. En ja… mijn zoon, nou ja, je kent hem… eigenlijk lijkt hij daarin precies op mij…die is dan toch eh…. Nou ja, je weet wel… emoties hè…. Ik kon echt wel aan hem zien dat het hem had geraakt. Mooi hè? Zeker mooi, beaamde ik.

En weet je wat het is meissie…ik ben zo blij voor ze dat zíj het nog wel zo hebben kunnen vieren, want ik zal je vertellen: over een paar weken -en dan bedoel ik écht over een paar weekies maar hè- dan zijn wij vijfenvijftig jaar getrouwd.
Even zwijgt hij bedenkelijk.
Heb jij gisteren gehoord wat Rutte op TV zei? Nu mag je dus maar met zes personen aan een tafel eten. ZES!
Hij trekt er een beteuterd gezicht bij en ik krijg een brok in mijn keel.

Tjonge-jonge-jonge, gaat hij verder, Hoe “leuk” is het om je vijfenvijftigste trouwdag te vieren met maar zes personen aan een tafel. Zeg nou zelf: dan is de lol er toch van af?
Mijn inlevingsvermogen is groot en op dit moment lijkt het, alsof ik zijn teleurstelling haast zelf kan voelen.

Nou waren we al zo ver, dat we al weer van alles konden doen, maar door één zo’n toespraak is het weer helemaal niks. En alleen maar omdat er zo’n stelletje van die…. van die… “gasten” het hebben verziekt. Even verheft hij zijn stem, terecht. Het gaat niet alleen maar om het gevaar van besmetting. Nee! Je moet eens kijken wat ze de mensen nog meer ontnemen! Hij heeft gelijk en ik vind dat hij het nog netjes zegt ook. “Die Gasten”, nou ik verzeker je, ik had in zijn geval toch een heel ander vocabulaire opengetrokken!

Na een zwijgende pauze vervolgt hij: Maar weet je Bonnie, ondanks dat, moet je toch ook wel de leuke dingen blijven zien hè. En met een glimlach: We blijven tenslotte toch ook nog Westlanders hè -en je weet wat die zeggen toch?
Jazeker, zeg ik en declameer: “Niet klagen, maar dragen!” En vooral: “Gáááán!” Ondertussen doemt ergens in mijn achterhoofd een ander zinnetje op “Niet lullen maar poetsen”, maar die vind ik op dit moment minder gepast 😉

Precies, beaamt hij, Doorgaan! Want weet je wat het ook nog eens is: Jaren geleden in de oorlog heb ik al eens gevochten tegen de vijand en kijk, daar ben ik goed doorheen gekomen. Het is toch wat, dat je dan op deze leeftijd weer moet strijden… en ja…-hij steekt zijn wijsvinger samenzweerderig op- maar nu is het een onzichtbare vijand… Hij zucht. En daar ben je dan tweeëntachtig voor geworden…. Dan kijkt hij schalks mijn richting op en ik reageer direct: Maar u ziet er nog heel goed uit hoor!

Jaja, daar zorgt mijn meissie voor! glundert hij. Jij denkt natuurlijk, wat zit die man er spic-en-span bij… hahaha…. Maar dat komt, omdat zij mij helpt. Artrose hè…scheren wil niet zo goed lukken… aankleden eigenlijk ook niet zo goed…dus ja… ik ben eigenlijk best wel afhankelijk van haar. En zij doet het toch maar! Iedere dag opnieuw! Pas daarna kan ze d’r eigen haartjes kammen.
Ik glimlach ontroerd. Wat fijn, zeg ik zacht en gemeend, wat fijn dat zij er voor u is en dat zij dat toch allemaal maar voor u doet. Hij kijkt me met een big smile aan en zegt met een knipoog: Vijfenvijftig jaar hè!

Dan staat hij moeizaam op. Ik moet weer door, anders kom ik nooit thuis. Meissie, ik zou je graag een knuffel geven…
Laten we dat nou maar niet doen, zeg ik terwijl ik nog krakkemikkiger dan hij van mijn Rollz af kom.
Elleboogie dan? Hij steekt zijn gebruinde arm met geruite korte overhemdsmouw haaks naar me uit. Ik buig mijn arm en even raken onze ellebogen elkaar. De wielen van onze rollators kruisen elkaar als in een dans. Hij gaat rechtdoor en ik sla de bocht om. Doe je die man van je de groeten? roept hij me nog na. Joehoe, doe ik, zeg ik terwijl ik hem nog even nakijk. Klein, fragiel, op respectabele leeftijd en met gebreken… maar desondanks beslist een charmante man.

‘s Avonds thuis op de bank, doorlopen mijn gedachten nog eenmaal de afgelopen, best wel drukke, dag. Mijn kleine ontmoeting springt er met glans boven uit. Wat was dat een bijzonder moment, bedenk ik me dan ineens. Ook nu blijkt weer: het zijn de kleine dingen die iets met mij doen.

De man heeft me geraakt, hij moest eens weten.
Hoe simpel kan het zijn?
Zomaar even aandacht voor elkaar.
Nee, laten we dát alsjeblieft vooral niet vergeten!