Een miljoen

Een miljoen

17 februari 2022 1 Door Bonnie

Eén van mijn ochtendrituelen is: op mijn gemak aan de grote tafel voor de spiegel, mijn gezicht van wat kleur voorzien. Kwastje hier, poedertje daar…. soms uitbundig en soms ingetogen naturel. Het is mijn ‘nog even verder op gang komen’ momentje van de dag. Een enkele keer staat de TV na het ochtendnieuws nog steeds aan. De beelden zie ik niet eens, omdat ik er met mijn rug naar toe zit. Zelfs van het geluid mis ik wel eens flarden, zeker als ik mijn hoortoestel nog niet op mijn hoofd heb geklikt.

Zo luisterde ik laatst half-half naar het gekeuvel van een TV programma op de achtergrond, terwijl ik net mijn mascaraborsteltje in de aanslag hield. In een gesprek vertelde een presentator over de meest bizarre reacties die hij kreeg bij het uitreiken van grote loterijprijzen. Hij beschreef hoe hij een keer met een winnend echtpaar in hun deuropening stond, terwijl hij hen een waardecheque uit een grote enveloppe liet trekken. Eén miljoen euro stond daar op! De echtelieden begonnen onmiddellijk te juichen en riepen opgelucht uit: Jaaa! Nu kunnen we eindelijk scheiden!

Wát?! Whoehaha… ik schoot spontaan in de lach, mijn mascara schoot uit en liet een zwarte streep achter op mijn neus. Het volgende moment realiseerde ik me echter direct hoe schrijnend de situatie van het echtpaar eigenlijk was. Dat vond degene die de prijs had overhandigd ook. Die wist in eerste instantie niet hoe hij moest reageren en hoopte nog even dat het een grap was. Maar niets was minder waar.

De kosten en de schulden van en door een echtscheiding, plus het feit dat er voor hen beiden geen woning te vinden is binnen hun budget, had het echtpaar doen besluiten om dan maar bij elkaar te blijven wonen. Te triest voor woorden eigenlijk…

Dat doet me direct terugdenken aan een ontmoeting van de afgelopen zomer in het park. Ja ik weet het, ik heb vorig jaar oktober al iets geschreven over een ontmoeting in het park. Alleen was dat een ander park. Wij wonen grappig genoeg, tussen twee parken in. Komt voor mij mooi uit.

Het ene bevindt zich op de helft van ons huis naar een supermarkt waar ik wel eens naar toe wandel. Het andere, dat vaker plantsoen wordt genoemd, is op de helft van ons huis naar een overdekt winkelcentrum. In beide gevallen red ik de heenweg van 1 kilometer naar de winkel(s) altijd wel, maar met de terugweg er achteraan is dat net even te ver lopen. Dan is zo’n bankje in beide parken een ideale uitkomst om mijn lichaam zich weer even te laten herstellen.

Enfin, nu zat ik dus op een bankje bij de diertjes in het plantsoen. Een onderbreking van mijn wandeling van het winkelcentrum naar huis. Ik had voor op het terugweg-bankje een bekertje Griekse yoghurt met walnoten en honing gekocht. Een kleine traktatie, lekker in de zon bij de bambies. Ik zat er nauwelijks of ik zag een man rechtstreeks op me af komen lopen. Hij inspecteerde de grond rondom het bankje.

Zoooo ik zie dat ze het hebben opgeruimd! Nou da’s mooi! Van de week waren er ‘s avonds allemaal jongelui hier, die hebben er een zooitje van gemaakt. Alles naast de prullenbak, het was een chaos. Ik heb meteen de gemeente gebeld en er melding van gemaakt. Vindt u het erg als ik op het andere hoekje even bij u kom zitten? Nog voordat ik mijn mond kon opendoen, nam de man plaats.

Gezellig! Zo u heeft daar wat lekkers zeg. Komt u hier uit de buurt? Ik woon daar.. hij wees met zijn vinger richting de overkant van de weg. Ik heb u hier niet eerder gezien en ik wandel hier toch zeker wel elke dag. U moet weten, ik ben gepensioneerd en nu zit ik thuis. Dat zou normaal wel fijn zijn, maar u moet weten dat ik niet met mijn vrouw kan opschieten. En zij niet met mij. Dus ik moet van haar regelmatig de deur uit, anders wordt ze gek van mij. Werkt u ook nog? Of bent u ook met pensioen, want ik zie dat u al aardig grijs bent. 

Ik werd werkelijk overdonderd met een waterval van woorden, waarvan de logica mij totaal ontging. Ietwat nerveus at ik steeds sneller mijn yoghurt met als gevolg, dat ik me verslikte. Gaat het mevrouw? Ha ha ha, ja u denkt natuurlijk ook, wat zit die man toch allemaal te kletsen. Maar zo ben ik nu eenmaal. Vindt u het erg? Nee hè. Gezellig toch, zomaar een praatje. Ik vind dat leuk. Jammer dat je door de corona niet zoveel mensen meer tegenkomt. Ik heb in mijn werk altijd veel mensen ontmoet. Ik had een hoge functie in de techniek en heb een behoorlijke opleiding gehad. En u? Heeft u ook hoger onderwijs gehad? U lijkt mij ook wel intelligent, dat klopt hè?
Pardon? -de yoghurt bleef spontaan hangen in mijn keel.

Hij ratelde maar door, onsamenhangend en van de hak op de tak. Er was geen speld tussen te krijgen, niet dat ik die intentie had. Ik voelde de bekende kriebels aan mijn lachspieren opborrelen. Tegelijkertijd was ik perplex en blij met mijn yoghurt, want met volle mond mocht ik immers niet praten.

Hoezo word ik altijd door de meest uiteenlopende types aangeklampt? Wat bezielt iemand om bij een totaal onbekende zijn levensverhaal ongevraagd uit te storten?
😉

Ik schrijf ook gedichten, zeker nu met de corona-tijd. Zal ik u er eentje voordragen? Welja… ook dat nog. Ik zocht in mijn tas haastig naar een zakdoekje.
De man vond zijn tekst op zijn telefoon, ging er bij staan en begon ‘op rijm’ -gepaard met grootse armgebaren- te declameren over het feit dat er nergens binnen geplast mag worden in corona tijd. Nu hield ik het toch echt niet meer uit en verborg mijn halve gezicht in het zakdoekje, hopende dat mijn geproest als neus snuiten klonk.

Vindt u het mooi? Jaaa u vindt het mooi hè! Ik merk het aan u.
Ik eh…. nou… goh… kon ik alleen maar hortend en stotend met een rare trilling in mijn stem uitbrengen. O mijn hemel, als ik maar niet keihard in lachen uitbarst nu, kon ik alleen maar denken. Ik vermande me. Ik moet echt weer verder meneer, zei ik. 

Weken later, hetzelfde plantsoen, een ander bankje -beslist niet die bij de bambies: Ik wilde net mijn bakje terugweg-vers fruit pakken, toen ik een enthousiast gejoel hoorde. Joehoe joehoe! U weer! Verschrikt keek ik op, herkende de man, propte haastig mijn fruit weer terug in mijn rollator-tas en liep weg van het bankje. Hee, wat doet u nu? U ging toch net zitten? Eh… nee hoor. Ik deed alleen maar even iets in mijn tas, daar moest ik heel even bij zitten. 

Heeft u geen tijd voor een praatje dan? De vorige keer was leuk toch?
Ik zou wel willen meneer, maar ik moet absoluut door naar huis. Ik eh… heb boodschappen bij me die de vriezer in moeten, verzon ik. Vandaag had ik echt geen trek in zijn spraakwaterval hoor, ook al voelde ik me enigszins bezwaard.

Tsja… u weet het hè… ik moet echt af en toe het huis uit van mijn vrouw nu ik niet meer werk. Anders houdt ze het niet vol met mij. Eigenlijk zouden we scheiden, maar toen we alles gingen berekenen, kwamen we tot de conclusie dat we dat helemaal niet op kunnen brengen. Dan zouden we allebei schulden hebben en dan ook nog allebei een betaalbare woning terug zien te vinden. Ja wat moet je dan hè. Daarom hebben we afgesproken dat we dan toch maar in ons huis blijven wonen en ieder ons eigen gang gaan. Heeft u ook een man?

Hoe triest ik zijn verhaal ook vond, ik liet zijn vraag onbeantwoord en móest hem onderbreken. Nu. Mijn spinazie smelt meneer… Mozes mina, een belachelijker excuus kon ik niet verzinnen.
Jammer. Tot een volgende keer dan maar! De man zwaaide me nog na, terwijl ik haastig in een poortje tussen een rij huizen verdween.

Ik geef toe dat ik aan de ene kant schaamteloos moest lachen om de man. Aan de andere kant vond ik zijn verhaal -van wat ik er tussenuit filterde- best pijnlijk en triest. Ik vond het bijna gênant dat ik de mogelijkheid had om zo bij hem weg te kunnen lopen, terwijl dat juist voor hem -in zijn situatie- geen optie is. Zoiets opent je ogen wel even…
Dus weet je, deze man gun ik werkelijk -voor ieders geluk en gemoedsrust- een miljoen!