Drinkprobleem

Drinkprobleem

4 augustus 2022 2 Door Bonnie

Grappig hoe soms één letter in een woord het verschil kan maken. Of nou ja, grappig is misschien een ongelukkige woordkeuze als je denkt aan watersnood en waternood. Beide beslist niet grappig! De ene gaat over veel te veel water en de andere juist over veel te weinig.

In mijn geval draait het om één klinker: Ik heb namelijk een drinkprobleem, niet te verwarren met een drankprobleem. Ook hier gaat het over te weinig en te veel vocht. Als ik het heb over mijn drinkprobleem, bedoel ik dus: ik drink te weinig. Da’s best wel een dingetje, alhoewel ik er niet echt veel hinder aan ondervind. Denk ik. Ehm….toch?

Jarenlang word ik achtervolgd door één zinnetje:Je moet meer drinken! Is het niet door een stemmetje in mijn hoofd, dan is het wel door mensen om me heen en Don spant de kroon. Die verhuist als hij thuis is al mijn drankjes hoopvol achter mij aan naar alle plekken waar ik ga zitten. Beginnend aan de eettafel, waar hij een nog dampende mok thee voor me neerzet. 

Hier, neem even een slok!
Nee, nog te warm.
Nu is het afgekoeld, drink even wat.
Mmmm (in gedachten verzonken)..jah..zometeen.

Later als ik op de bank zit, wordt diezelfde mok demonstratief luidruchtig op het tafeltje naast me gezet. Ja hallo, nu is het dus koud hè! Ga je dat nog opdrinken, of zal ik het gelijk maar weggooien? Nee, nee laat maar staan, ik drink het zo op, antwoord ik haastig.

En tsja…negen van de tien keer sla ik uiteindelijk pas vlak voordat ik naar mijn bed ga alsnog een sloot koude thee en -oh ja-  een half glas water van eerder op de dag achterover naar binnen. Nee, niet echt ideaal, ik weet het. Maar het is voor die dag dan toch nog een bijdrage aan de aanbevolen hoeveelheid vocht. Twee liter per dag en met stoma Zakkelien mag daar zelfs nog een halve liter extra bij. Pff, zeg nou zelf: Waar laat je zoiets? 

In de tijd dat ik samen met drie collega’s ons kantoor deelde, haalden we ‘s morgens uit het restaurant eerst thermoskannen koffie en thee, plus voor ieder van ons een eigen karaf met ijswater. In de lunchpauze waren de waterkannen van mijn collega’s al lang leeg en stond de mijne er nog onaangeroerd bij. Tegen de tijd dat zij al ver over de helft van hun tweede karaf waren, had ik in ieder geval al wel één glas ingeschonken en er een verdwaalde slok van genomen. Ik kan gerust een paar dagen doen met één zo’n liter karaf, bij wijze van.

Hier thuis werkt het jaren later ook nog steeds niet. Ik kan gerust een liter water in het zicht zetten, maar daar gebeurt dan vrij weinig mee kan ik je verzekeren. Ook als ik ‘m pimp met takjes munt en schijfjes citroen, ik ben gewoon geen water-fan. Het krijgt nog net geen groene alg-aanslag…
Ik denk dat het de hoeveelheid is waar ik tegenaan hik (Kreeg ik maar echt de hik, dan moest ik die wegspoelen met water -grinnik) 

Maar goed, nu heb ik dus een eigenwijze thee-oplossing bedacht. Geen grote mok, waarvan de bodem pas aan het eind van de dag te zien is, nee in plaats daarvan een niet al te grote theepot, zo’n setje met van die kleine kommetjes erbij. Het doet een beetje Japans aan, alleen is dit setje hartstikke nep-van-de-Xenos.

Mijn filosofie is: een klein theepotje (met de helft meer inhoud dan een grote mok), kleine kommetjes die zó leeg zijn en ook zó weer bijgevuld. Het is te doen. Het staat gezellig en voor ik er erg in heb, kookt het water al weer voor een volgende ronde. Niet lachen, maar het werkt! Ik weet het, ik hou mezelf voor de gek met deze ongein, laat mij maar 😉

Misschien staat het wel symbool voor hoe ik ‘het grotere geheel’ het beste kan aanpakken in mijn leven. En eigenlijk best vaak toepas, nu ik er over nadenk. Een grote hoeveelheid aan dingen, om bijvoorbeeld mijn genezingsproces nog maar weer eens te benoemen: Te veel ineens willen of moeten, werkt niet. Kleine kommetjes wel. En laten we vooral dat ‘gezellig maken’ niet vergeten, het oog wil ook wat.

Nu moet ik ineens denken aan een ander gezellig kommetje, beter gezegd kop en schotel. De zo onderhand uitgestorven diersoort, zo lijkt het -want probeer maar eens ergens een losse kop en schotel te kopen. Waar leven die dingen nog? Ik kreeg er ooit eentje op mijn verjaardag toen ik in de -toen zo geheten- Verstandelijk Gehandicapten Zorg werkte van een cliënte. Dat is zeker wel twintig jaar geleden. In een van mijn blogs onder de categorie ‘van de werkvloer’ heb ik er al eens iets over geschreven. Wacht, ik haal het hieronder nog een keertje aan bij wijze van ‘throw-back’:

Het kop en schoteltje is een cadeautje dat ik van een cliënte kreeg, toen ik op mijn verjaardag moest werken. Ik kwam uit een slaapdienst en zij had het op mijn ontbijtbord gezet. Owww….hoe ging ik dit tactisch brengen? Dat is erg lief van je, zei ik, maar je weet toch dat begeleiders géén cadeautjes mogen aannemen van cliënten? Dat was op die locatie een algemene regel.

Ja maar je bent toch jarig? met een trillend lipje. Ook dan mag het niet. Krokodillentranen kwamen er aan te pas. Pfff… en tussen het gesnik door: Ja maar mijn vader….mijn vader heeft het gekocht. Boehoehoe…..dus eigenlijk krijg je het van hem. Maar ik moest het geven, zei hij. Ik durf het nu niet meer aan hem terug te geven….boehoehoeoe….

Sssstt, rustig maar…ik neem het wel mee naar huis. We zullen je vader maar niet teleurstellen hè. Ons geheimpje…suste ik met een knipoog.
Zo wonderbaarlijk dat dan van het een op het andere moment alle tranen weg zijn en met hetzelfde gemak gewoon wordt doorgegaan met de dingen van de dag. Niets aan de hand!

Ach….het kop-en-schoteltje heeft over-en-weer verhuizingen overleefd en staat ergens onder in de kast te wachten op…. ? Te wachten op iemand met een drinkprobleem natuurlijk! Iemand die haar koffie in een alledaagse koffiemok, waar een schilfertje vanaf is gesprongen, koud laat worden. Weg met die mok, uit de kast met die kop en schotel! Ik ga er nú koffie uit drinken! Warm! Met als klein verwennerijtje: een lekker koekje op dat schoteltje, handig wel zo’n ding 😉
Cheers!